Praktische regeltips Golfhorst

Praktische regeltips voor een rondje Golfhorst

Obstakels

Een obstakel is alles wat kunstmatig is met uitzondering van de out-of-bounds paaltjes en het hekwerk rond de baan.

De roodwitte richtingpalen en de 150-meterpalen zijn losse obstakels. Je mag ze wegnemen als je er last van hebt met je stand of swing, maar ook als ze op je speellijn staan. Hetzelfde geldt voor een bunkerhark. Als je over een bunker wilt spelen en de hark ligt op je speellijn mag je de hark dus verleggen.

De sprinklers om en nabij de greens zijn vaste obstakels. Je hebt geen vrije drop als die op je speellijn liggen, wel als je er last van hebt met je stand of swing.

De bewateringspijpen bij bomen zijn vaste obstakels. Als je er last van hebt met je stand of swing heb je dus recht op een vrije drop. Die vlieger gaat echter niet op als het duidelijk geen zin heeft een slag te doen vanwege belemmering door de boom, dus als je de bal sowieso onspeelbaar zou hebben verklaard.

Het wc-gebouwtje annex schuilgelegenheid en de betonnen wand op hole 14 zijn vaste obstakels. Ze liggen echter in de waterhindernis, de rode paaltjes staan er immers omheen. Daarom mag je als je bal binnen de paaltjes ligt het gebouwtje en de wand niet zonder strafslag ontwijken. Je moet de waterhindernisregel toepassen.

Alle paden en de 100-meterkeien zijn vaste obstakels

Als je met je stand of swing last hebt van een vast obstakel, bijvoorbeeld een pad, of je bal ligt erop of ertegen, mag je als volgt handelen: 1. Bepaal het punt P: a) niet dichter bij de hole, b) zo dicht mogelijk bij de plek waar de bal ligt en c) waar je geen last meer hebt voor de slag die je normaal zou hebben gedaan. 2. Drop de bal binnen een stoklengte van punt P, niet dichter bij de hole. 3. Let erop dat je als je gaat slaan totaal geen last meer van het obstakel hebt. Je moet het obstakel dus zowel met de stand als met de swing volledig ontwijken.

Waterhindernissen

De waterhindernisregel mag je alleen toepassen als het bekend is of praktisch zeker dat de bal in de hindernis ligt. Zonder die bijna honderd procent zekerheid is sprake van een verloren bal. Je moet dan, met een strafslag, terug naar de plek vanwaar je de bal hebt gespeeld.

Als je afslaat op hole 8, en de bal kaatst via een van de bomen achter de sloot terug in de sloot (gele paaltjes) mag je niet verder spelen door te droppen aan de overkant van de sloot. Je mag een bal droppen vóór (gezien vanaf de afslagplaats) de sloot. Dat doe je op het verlengde van de rechte lijn die loopt vanaf de vlag door het punt waar de bal het laatst de grens van de waterhindernis kruiste. Je mag ook terug naar de afslagplaats, je mag dan opnieuw opteeën. Wil je echter geen strafslag oplopen dan mag je de bal uit de hindernis spelen.

Een vergelijkbare situatie als hierboven bij hole 8 doet zich voor op hole 4, de par-3 over het water. Je slaat daar je bal over het water en voorbij de denkbeeldige lijn tussen de gele paaltjes die de grens van de waterhindernis aangeven. De bal rolt terug de hindernis in. Je hebt dan drie mogelijkheden: 1. De bal zonder straf spelen zoals hij ligt. 2.Terug naar de afslagplaats. Je mag opnieuw opteeën en krijgt een strafslag. 3. Droppen achter (gezien vanaf de vlag) de vijver, op het verlengde van de rechte lijn die loopt vanaf de vlag door het punt waar de bal de tweede keer (aan de overkant) de grens van de hindernis kruiste. Je staat dan tussen de afslagplaats en de vijver. Je mag niet opteeën en krijgt een strafslag.

Als de bal in een waterhindernis ligt mag je niet grounden. Je mag echter op elk moment, ook bij het innemen van de stand en bij de opzwaai voor de slag, gras of iets anders dat groeit aanraken.

Als de rechte lijn tussen twee waterhindernispaaltjes de natuurlijke grens van de waterhindernis kruist is de natuurlijke grens doorslaggevend. Er is dan dus geen sprake van tijdelijk water.

Het referentiepunt voor een bal die wordt gedropt bij toepassing van de waterhindernisregel is het punt waar de bal het laatst de grens van de hindernis kruiste, niet het punt waar hij in de hindernis ligt. De grens van een waterhindernis is de denkbeeldige rechte lijn tussen de buitenkanten van de twee dichtstbijzijnde paaltjes.

Bij de droppingzones mag je, naast de gebruikelijke opties bij een waterhindernis, als extra mogelijkheid met een strafslag droppen binnen een stoklengte van het bordje ‘drop area’.

Abnormale terreinomstandigheden

Een spoor van een voertuig van greenkeeping, bijvoorbeeld een tractorspoor, dat niet is gemarkeerd met blauwe palen, is geen GUR maar PECH. Je moet de bal spelen zoals hij ligt of hem, met een strafslag, onspeelbaar verklaren.

Als het bij een konijnenhol of een molshoop duidelijk geen zin heeft een slag te doen door een andere belemmering, bijvoorbeeld als de bal onder een dichte struik ligt, mag je het hol of de molshoop niet gebruiken als smoes voor een vrije drop. Je moet de bal dan onspeelbaar verklaren en krijgt dus een strafslag.

Baanbeschadigingen door eksters en kraaien hebben volgens de definitie van abnormale terreinomstandigheden dezelfde status als een konijnenhol en een molshoop. Je hebt dus recht op een vrije drop.

Losse natuurlijke voorwerpen

Eendenpoep is een los natuurlijk voorwerp en mag je dus verwijderen, mits de bal daardoor niet beweegt. Het is geen reden voor een vrije drop. Als eendenpoep aan de bal kleeft mag je hem niet zonder straf schoonmaken.

Door wormen en dergelijke gemaakte zandhoopjes zijn losse natuurlijke voorwerpen en mag je dus wegnemen, mits de bal daarbij niet beweegt.

Blaadjes of grassprietjes die aan de bal kleven verliezen hun status van los natuurlijk voorwerp en mag je, behalve op de green, niet verwijderen.

Bunkers

Ook in een bunker mag je de bal, ten koste van een strafslag, onspeelbaar verklaren. Je hebt dan drie opties. Bij twee daarvan moet je in de bunker droppen. Bij de derde bestaat de soms aantrekkelijkere mogelijkheid terug te gaan naar de plek vanwaar je de bal in de bunker speelde.

Tijdelijk water in een bunker kun je als volgt ontwijken: 1. Zonder straf: droppen in de bunker, niet dichter bij de hole. Als je dan het water niet geheel kunt ontwijken moet je het zoveel mogelijk ontwijken, bijvoorbeeld door toch maar in het water te gaan staan.

2. Met een strafslag buiten de bunker:

a) droppen achter de bunker waarbij je het punt waar de bal lag op een rechte lijn houdt tussen de vlag en de plek waar je de bal dropt, zonder beperking van de afstand.

b) teruggaan naar de plaats vanwaar je de bal in de bunker hebt gespeeld. Als de bal in een bunker ligt, mag je geen natuurlijke voorwerpen aanraken. Maar als de bunker vol ligt met bladeren krijg je geen straf als je ze raakt bij het naar de bal toelopen en bij het innemen van de stand.

Als de bal in een bunker ligt mag je de hark in de bunker naast je leggen. Dit wordt niet beschouwd als het testen van de gesteldheid van de hindernis. Het bevordert de speelsnelheid. Doen dus!

Ezelsbruggetje

Als de bal op de grens van twee gebieden ligt, ligt hij in het kleinste gebied. Drie voorbeelden: 1. De bal raakt de grens van een waterhindernis. De bal ligt dan in de hindernis want de hindernis is kleiner dan de rest van de baan. 2. De bal raakt de grens van out-of-bounds. De bal ligt dan niet out-of-bounds maar binnen de baan. Het gebied van binnen de baan is immers kleiner dan het gebied buiten de baan. 3. De bal raakt de rand van de green. De bal ligt dan op de green.

Allerlei

De ligplaats van een bal die wordt opgenomen en die teruggeplaatst dient te worden, moet worden gemerkt door op zorgvuldige wijze, dus niet op zijn janboerenfluitjes, de balmerker direct achter de bal te leggen. De bal behoort, ook op zorgvuldige wijze, te worden teruggeplaatst precies op de plek waar hij lag.

Op de hellingen gebeurt het vaak dat als je dropt de bal meer dan twee stoklengten wegrolt vanaf de plek waar hij op de grond viel. Je bent dan verplicht opnieuw te droppen. Als de bal dan weer meer dan twee stoklengten wegrolt moet je hem plaatsen zo dicht mogelijk bij de plek waar hij bij de tweede drop op de grond viel.

Als speler en marker, ook stilzwijgend, een straf waarvan beiden zich bewust zijn niet tellen kunnen ze allebei worden gediskwalificeerd door de wedstrijdleiding. Het is onsportief gedrag. Spelers die wel de regels op juiste wijze toepassen worden hierdoor benadeeld.

Droppen doe je met gestrekte arm op schouderhoogte.

Het gemakshalve even lenen van een putter of een andere stok is niet toegestaan.

Om een bal te kunnen identificeren als jouw bal is het slechts zelden nodig hem op te nemen. Is dat toch onvermijdelijk dan moet je de marker waarschuwen, de ligplaats markeren, de bal opnemen, identificeren en terugplaatsen.

Als je, behoudens bij de afslag, bij het adresseren beweging van de bal veroorzaakt, ook al heb je de bal niet aangeraakt, krijg je een strafslag. Voorzichtigheid is dus geboden.

Het hekwerk en de witte paaltjes die out-of-bounds markeren, zijn geen obstakels en moeten als vast worden beschouwd. De paaltjes mogen dus niet worden weggenomen. Als je last hebt van het hek of de paaltjes heb je geen vrije drop. Je mag de bal natuurlijk wel, met een strafslag, onspeelbaar verklaren.

Op de fairway en de voorgreen mag je een in zijn eigen pitchmark ingebedde bal zonder straf opnemen, schoonmaken en droppen zo dicht mogelijk bij de plek waar hij lag en uiteraard niet dichter bij de hole.

Er kunnen tijdelijke plaatselijke regels van toepassing zijn. Die vindt u dan op het mededelingenbord en bij wedstrijden ook op de wedstrijdtafel.

Regelkennis

Ken de belangrijkste definities uit het regelboekje. Veel discussies over de regels zouden overbodig zijn geweest bij een betere kennis van de definities. Neem in een verloren uurtje het regelboekje eens ter hand. Sommige definities mag je zuchtend overslaan. Lees desnoods alleen die waarvan je denkt: daar kan ik iets aan hebben.

Niemand heeft de golfregels volledig in zijn hoofd. Dat is ook helemaal niet nodig. Iemand die zich golfer noemt behoort wel, naast een pitchfork, het regelboekje binnen handbereik te hebben.

Namens de regel- en handicapcommissie, Jan Rovers

Geactualiseerd 5 januari 2017