Praktische regeltips Golfhorst

Praktische regeltips voor een rondje Golfhorst

Obstakels

 De roodwitte richtingpalen en de 150-meterpalen mogen worden weggenomen als je er last van hebt met je stand of swing, maar ook als ze op je speellijn staan. Het zijn namelijk losse obstakels.

 Hetzelfde geldt voor een bunkerhark. Als je over een bunker wilt spelen en de hark ligt op je speellijn mag je de hark dus verleggen.

 De sprinklers om en nabij de greens daarentegen zijn vaste obstakels. Je hebt geen vrije drop als die op je speellijn liggen, wel als je er last van hebt met je stand of swing.

 De bewateringspijpen bij bomen zijn vaste obstakels. Als je er last van hebt met je stand of swing heb je dus recht op een vrije drop. Die vogel gaat echter niet op als het duidelijk geen zin heeft een slag te doen vanwege belemmering door de boom,dus als je de bal sowieso onspeelbaar zou hebben verklaard.

 Ter voorkoming van discussies: het armetierige weggetje, hier en daar begroeid met gras, achter de green van hole 16 en doorlopend dwars over de baan onder aan de helling bij hole 3, is een vast obstakel ( plaatselijke regel). Als je last hebt met je stand of met je swing heb je dus een vrije drop.

 De Schuilhorst en de betonnen wand op hole 14 zijn vaste obstakels. Ze liggen echter in de waterhindernis, de rode paaltjes staan er immers om heen. Daarom mag je als je bal binnen de paaltjes ligt het gebouwtje en de wand niet zonder strafslag ontwijken  (voor de liefhebbers: regel 24-2.b). 

Als je last hebt met je stand of swing van een vast obstakel, bijvoorbeeld een pad, of je bal ligt erop of ertegen, mag je als volgt handelen:
Bepaal het punt P niet dichter bij de hole,zo dicht mogelijk bij de plek waar de bal ligt en waar je als de bal daar zou liggen met je stand en swing geen last meer hebt van het obstakel (dus drie elkaar aanvullende voorwaarden).
Drop de bal binnen een stoklengte van punt P, niet dichter bij de hole.
Let erop dat je als je gaat slaan geen last van het obstakel meer hebt met je stand en swing (het obstakel moet dus zowel met de  stand als met de swing volledig worden ontweken).

 Waterhindernissen

 De waterhindernisregel mag alleen worden toegepast als het bekend is of praktisch zeker dat de bal in de hindernis ligt. Heb je die zekerheid niet dan is sprake van een verloren bal. Je moet dan, met een strafslag, terug naar de plek vanwaar je de bal hebt gespeeld.
Het er gemakshalve van uitgaan dat de bal waarschijnlijk in de hindernis zal liggen is dus niet toegestaan. Je speelt dan van de verkeerde plaats.

 Als je bal geslagen vanaf de afslagplaats van hole 8, via een van de bomen terugkaatst in de sloot (gele paaltjes) mag je het spel niet voortzetten met een drop aan de rechterzijde van de sloot. Je mag een bal droppen achter (gezien vanaf de vlag) de sloot op de rechte lijn die loopt vanaf de vlag door het punt waar de bal het laatst de grens van de waterhindernis kruiste. Je mag op deze lijn zover naar achteren als je wilt.
Je mag ook terug naar de afslagplaats. Je mag dan opnieuw opteeën.
Wil je echter geen strafslag oplopen dan mag je natuurlijk, als je kunt, zonder te grounden de bal uit de hindernis spelen.

 Zoals iedereen weet mag je in een waterhindernis niet grounden. Je mag echter op elk moment, ook bij het innemen van de stand en bij de opzwaai voor de slag, gras of iets anders dat groeit aanraken.

Als de rechte lijn tussen twee waterhindernispaaltjes de natuurlijke grens van de waterhindernis kruist is de natuurlijke grens doorslaggevend. Er is dan dus geen sprake van tijdelijk water. Je hebt helemaal gelijk als je zegt “waarom zetten ze die paaltjes dan niet beter neer.’’Maar toch van de paaltjes afblijven!

 Het referentiepunt voor een bal die wordt gedropt bij toepassing van de waterhindernisregel is het punt waar de bal het laatst de grens van de hindernis kruiste, niet het punt waar hij in de hindernis ligt. De grens van de waterhindernis is de denkbeeldige rechte lijn tussen de buitenkanten (hinderniskant) van de twee dichtstbijzijnde paaltjes.

  Abnormale terreinomstandigheden

 Een spoor van een voertuig van greenkeeping, bijvoorbeeld een tractorspoor, dat niet is gemarkeerd met blauwe palen, is geen GUR maar PECH. (Vloeken is in strijd met de etiquette).
De wedstrijdleiding mag als het spoor erg diep is blauwe paaltjes plaatsen.

 Als het bij een konijnenhol of een molshoop duidelijk geen zin heeft een slag te doen vanwege een andere belemmering, bijvoorbeeld als de bal onder een dichte struik ligt, mag je het hol of de molshoop niet gebruiken als smoes voor een vrije drop.

 In het najaar begint greenkeeping met het prepareren van de wintergreens. Er worden dan blauwe paaltjes in de holes gezet of blauwe lijnen getrokken. De wintergreen is dan dus GUR. Je  bent verplicht de bal op te nemen en te droppen binnen een stoklengte van en niet dichter bij de hole dan het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering.
Als geen blauwe paaltjes in de holes staan en geen blauwe lijnen zijn getrokken moet de bal worden gespeeld zoals hij ligt.

Baanbeschadigingen door eksters en kraaien hebben volgens de definitie van abnormale terreinomstandigheden dezelfde status als een konijnenhol en een molshoop. Je hebt dus recht op een vrije drop.

 Losse natuurlijke voorwerpen

 Eendenpoep is een los (soms zelfs erg los) natuurlijk voorwerp en mag dus worden weggenomen mits de bal daardoor niet beweegt. Het is geen reden voor een vrije drop.
Als eendenpoep aan de bal kleeft is dat geen reden om zonder straf de bal schoon te maken.

 Door wormen en dergelijke gemaakte hoopjes, zoals vaak op hole 3, zijn losse natuurlijke voorwerpen en mogen dus, mits de bal daarbij niet beweegt, worden weggenomen. 

Blaadjes of grassprietjes die aan de bal kleven verliezen hun status van los natuurlijk voorwerp en mogen, behalve op de green, niet worden verwijderd.

 Bunkers

 Ook in een bunker mag je de bal, ten koste van een strafslag, onspeelbaar verklaren. Je hebt dan drie opties.
Naast de twee opties waarbij je met een strafslag in de bunker moet droppen bestaat ook de vaak aantrekkelijkere mogelijkheid met een strafslag terug te gaan naar de plek vanwaar je de bal in de bunker speelde.

 Als je tijdelijk water in een bunker zonder straf wilt ontwijken moet je in de bunker droppen. Als je het water niet geheel kunt ontwijken moet je het zoveel mogelijk ontwijken, bijvoorbeeld door toch maar in het water te gaan staan.
Je kunt ook, met een strafslag, achter de bunker droppen waarbij je het punt waar de bal lag op een rechte lijn moet houden tussen de vlaggenstok en de plek waar de bal wordt gedropt, zonder beperking van de afstand (regel 25-1.b.).
Natuurlijk mag je de bal ook, met een strafslag, onspeelbaar verklaren. De enige optie om dan buiten de bunker te blijven is dan terug te gaan naar de plaats vanwaar je de bal in het tijdelijk water in de bunker hebt gespeeld.
Deze situatie komt in de herfst en winter veelvuldig voor.

 Als de bal in een bunker ligt mag je de hark in de bunker naast je leggen. Dit wordt niet beschouwd als het testen van de gesteldheid van de hindernis. Het bevordert de speelsnelheid. Doen dus! 

Ezelsbruggetje

 Als de bal op de grens van twee gebieden ligt, ligt hij in het kleinste gebied. Voorbeelden:
- De bal raakt de grens van een waterhindernis. De bal ligt dan in de hindernis want de hindernis is kleiner dan de rest van de baan.
- De bal raakt de grens van out of bounds. De bal ligt dan niet out of bounds maar binnen de baan. Het gebied van binnen de baan is immers kleiner dan het gebied buiten de baan.
- De bal raakt de rand van de green. De bal ligt dan op de green want……..

 Allerlei

 De ligplaats van een bal die wordt opgenomen (vaak op de green) behoort te worden gemerkt door op zorgvuldige wijze, dus niet op zijn janboerenfluitjes, de balmerker direct achter de bal te leggen. De bal behoort, ook op zorgvuldige wijze, te worden teruggeplaatst precies op de plek waar hij lag.

 Als speler en marker, ook stilzwijgend, een straf waarvan beiden zich  bewust zijn niet tellen kunnen ze allebei worden gediskwalificeerd door de wedstrijdleiding. Het is onsportief gedrag. Spelers die wel de regels op juiste wijze toepassen worden hierdoor benadeeld.

 Het gemakshalve even lenen van een putter of een andere stok is niet toegestaan. 

Om een bal te kunnen identificeren als jouw bal is het slechts zelden nodig hem op te nemen. Is dat toch onvermijdelijk dan de marker waarschuwen, ligplaats markeren, bal opnemen, kijken en terugplaatsen. 

Als je, behoudens bij de afslag, bij het adresseren beweging van de bal veroorzaakt, ook al heb je de bal niet aangeraakt, krijg je een strafslag. Voorzichtigheid is dus geboden.

 Het hek en de witte paaltjes die out of bounds markeren zijn geen obstakels en moeten als vast worden beschouwd. De paaltjes mogen dus niet worden weggenomen. Als je last hebt van het hek of de paaltjes heb je geen vrije drop. Je mag de bal natuurlijk wel, met een strafslag, onspeelbaar verklaren. 

Een ingebedde bal mag je zonder straf opnemen,schoonmaken en droppen zo dicht mogelijk bij de plek waar hij lag en uiteraard niet dichter bij de hole. Dit mag alleen op het op fairwayhoogte of korter gemaaid deel van de baan, dus niet in het wat hogere gras (semi-rough of rough).Als je dropt binnen een stoklengte drop je waarschijnlijk op de verkeerde plaats, namelijk niet zo dicht mogelijk bij de plek waar de bal lag.

 Regelkennis

 Ken de belangrijkste definities uit het regelboekje.
Veel discussies over de regels zouden overbodig zijn geweest bij een betere kennis van de definities. Neem in een verloren uurtje het regelboekje eens ter hand. Sommige definities mag je zuchtend overslaan. Lees desnoods alleen die waarvan je denkt: daar kan ik iets aan hebben. Je zult er geen spijt van krijgen. 

Niemand heeft de golfregels volledig in zijn hoofd. Dat is ook helemaal niet nodig.
Iemand die zich golfer noemt behoort wel, naast een pitchvork, het regelboekje binnen handbereik te hebben.

 Namens de regel- en handicapcommissie

Jan Rovers